Column Nina de la Croix

Toen ik werd gevraagd om deze mooie dag af te sluiten, dacht ik meteen terug aan mezelf zes jaar geleden. Een heteroseksuele vrouw, die ook als vrouw is geboren, en geen enkel probleem zag in mensen die anders waren dan ik.

Ik had een paar homoseksuele vrienden, een zus van een vriend was sinds een jaar de broer van een vriend geworden, en mijn oude schooljuf had een kind met haar lesbische vriendin. Ik vond alles ok, en had geen enkel probleem met gender, seksualiteitsvoorkeuren of anderszins. Ik vond mezelf dus reuze ruimdenkend. Dat het voor mij handig was om ruimdenkend te zijn, omdat ik nooit last heb gehad van mijn eigen seksualiteit of gender, dat zag ik toen nog niet zo in.

Laat ik mezelf eerst eens even goed voorstellen aan jullie: ik ben Nina de la Croix, ik heb in 2007 de finale gehaald van het Amsterdams Kleinkunst Festival, niet gewonnen helaas. Je kan me ook kennen van het onvolprezen Net5-programma 'Samen Single'. Niemand die dat ooit gezien heeft, en maar goed ook, het was een real-life serie waarin vijf vrijgezelle dames werden gevolgd in hun zoektocht naar de liefde. Maar ondanks dat programma bleef ik single, ook na Relatieplanet, ook na Tinder en Happn, na therapie, mindfullness en het omhelzen van het innerlijke kind in mezelf. Geen enkel probleem, maar om me heen ging iedereen samenwonen, een huis kopen, trouwen, wasdroogcombinaties aanschaffen, kindjes krijgen. En op dat laatste was ik pijnlijk jaloers. Hoe geëmancipeerd ik ook was, dat gevoel viel niet weg te protesteren. Dus stuitte ik tegen hetzelfde probleem als homo mannen, lesbische vrouwen, transgender personen, etc.: je hebt toch echt een zaadje en eitje nodig om een kindje te krijgen, dat valt ook niet weg te protesteren.

En het is gelukt. Ko, mijn zoon, is nu vier. Ik heb hem gekregen met twee mannen die met elkaar getrouwd zijn. Dat gaat geweldig, de ene helft van de week woont hij bij mij en de andere helft bij hen. Dus we hebben co-ouderschap, en we hebben hem Ko genoemd…daar hebben we niet goed over nagedacht. Het is dus fantastisch, hoewel sommige dingen niet zo leuk waren. De verwekking was niet zo leuk, want we hebben het niet natuurlijk gedaan. Dat wilde ik wel, maar zij helaas niet. Ook een saillant detail: we weten niet wie de biologische vader van Ko is. We hebben het zaad gemixt. Maar we denken wel te weten wie het is geweest, Ko lijkt erg op een van de mannen. De bevalling was ook pittig, ik zal jullie de details besparen, maar wat deed dat zeer, joh! Het uitscheuren ging onder de bezielende leiding van een Marokkaanse mannelijke verloskundige in de ramadan. Wij kleurden buiten alle lijntjes. En het gaat hartstikke goed.

Dus ook ik ben nu gewend om niet in een hokje te passen. Ook ik ben, als heteroseksuele vrouw die als vrouw geboren is, nu gewend dat ik soms iets moet uitleggen. Aan de gynaecologen: "Maar als het een keizersnede wordt, mogen de vaders dan wel met mij mee naar de OK? Ja, hij heeft twee vaders… Oh, echt maar één iemand? Maar hoe moeten we kiezen dan?" Aan de oogarts: "Nee, de vader van Ko heeft geen bril. Ja, nou, jawel, maar de biologische vader niet. Althans, we dénken dat hij de biologische vader is." Aan de huisarts: "Oh, die dag kan ik niet, maar ik vraag wel of de vaders met hem langs kunnen komen. Vader-s ja. Hij heeft er twee." Aan de douane: "Ja, ik heb wel de toestemming van zijn vader om met hem te vliegen. Je kan hem bellen, ja, maar ik denk dat de andere vader beter te bereiken is. Nee, dat is niet de wettelijke vader. Oh, nee, dan heeft dat inderdaad weinig zin." 

Toen ik werd gevraagd om deze mooie dag af te sluiten, dacht ik in tweede instantie terug aan mezelf vijf jaar geleden. Een heteroseksuele vrouw, die ook als vrouw is geboren, en geen enkele problemen zag in mensen die anders waren dan ik. Dat ik in de toekomst af en toe wat meer uit moest leggen over mijn gezinssituatie, begon ik te snappen, maar dat het anders zijn af en toe niet geaccepteerd werd, dat zag ik toen nog niet zo in.

Totdat we door Amsterdam reden met z’n drieën. We hadden net onze eerste echo gehad van ons kindje, en we hadden gezien dat het hartje klopte en dat het gezond en goed was. Dolgelukkig reden we door de stad. De mannen fietsten voor mij, dolgelukkig, hand in hand, en ik erachter, beetje misselijk maar ook gelukkig. Een man haalde ons in en kon mij makkelijk passeren, maar bleef haken achter de twee gelukkige mannen. En hij zei: “Vieze flikkers, ga eens aan de kant”. Ik wist niet wat ik hoorde. Nog nooit ben ik getuige geweest van dit soort woorden, dat iemand uitgescholden wordt om zijn of haar geaardheid. En ik wil hem iets zeggen over respect, en dat hij niet weet tegen wie hij het heeft en… maar het enige dat ik zeg is: “Je hebt het wel over de vaders van mijn kind, ja!” Hij keek achterom en wist niets meer te zeggen. Toen bedacht ik me ineens weer: zo wil ik dat het gaat. Ik wil dat er niet te moeilijk over gedaan wordt. We kunnen het het beste laten zien. 

Het onbegrip is logisch, we zijn uitzonderingen. Ik weet nu hoe dat is en hoe dat voelt. Dat is vaak helemaal niet erg. Als er maar mensen zijn die ruimdenkend en meelevend en empathisch met die uitzonderingen omgaan. En laat ik daar nou vandaag een voorbeeld van hebben gekregen! Want wat zijn jullie leuk!

Ik zag het al tijdens de heerlijke lunch waar ik anoniem kon rondlopen. Wat een fijne, open en vooral jonge geesten zijn jullie. En ik zeg jonge geesten, want tijdens mijn ontmoeting met jullie kwam ik erachter dat niet iedereen hier piepjong is in leeftijd. Een 77-jarige dolle mina ziet eruit als een jonge deerne, en 70-jarige vrijgezel Mario kan er zonder enige moeite vandoor gaan met een 18-jarige. Sowieso waren jullie allen actief, open en blij en kon deze dag bij voorbaat alleen maar ’n succes worden. Op een dag waar het om mensen gaat, kan je het beste jullie in de zaal hebben zitten.

Jannet vertelde ons over de twee grote thema’s vandaag: de man-vrouwverschillen en de LHBTI-verschillen. Dat we overgaan van ‘normdenken’ naar ‘diversiteitsdenken’. En dat we ten aller tijden aanhalingstekens mogen gebruiken als we even de juiste terminologie kwijt zijn. Toen kwam Jan Rotmans, die ik nu ‘transitiecoach’ noem. Want dat was wat hij is, in mijn ogen. Waar je eerst bijna depressief werd van de gezondheidszorg die hij ons liet zien - eentje van schaalvergroting, koele ziekenhuizen, patiënten die eerder een spuit krijgen dan een hand en waar het om winst gaat -, daar eindigde Jan met een buitengewoon positieve note: ze zitten in een transitie, in een revolutie. Dan voel je eerst angst en zie je chaos. Maar daaruit ontstaat iets moois. "Wacht maar af," zei hij, "de zorg wordt weer gezond, prettig en bovenal menselijk."

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik wilde na zijn praatje meteen naar een stilte retraite om mijn live-purpose te duiden, en wilde mijn zoontje bellen om te zeggen dat hij vanaf zijn 14e de beste menselijke medische zorg gaat krijgen die Nederland ooit gehad heeft. Daphne Bunskoek (die overigens mijn inspiratie was tot het knippen van mijn pony, ik ga niet liegen dat dit toeval is) leidde ons door een tafelgesprek, waar ik even geestelijke kortsluiting kreeg van de zin “wij zijn voor ongelijke behandeling”. Dat klinkt natuurlijk als een negatieve zin. Hebben de dolle mina’s zo hard geprotesteerd voor gelijkheid, krijg je dit! Maar het staat voor zoiets moois: elk mens is uniek. Elk mens is anders. Elk mens verdient een eigen behandeling. Geen mens is gelijk. De protestborden moeten nu zeggen 'Ongelijke behandeling voor iedereen!'

De publiekscampagne 'Komt een mens bij de dokter' werd gelanceerd en er werd een Mentimeter quiz gehouden, waar Aike de trotse winnaar van werd. Kan ik jullie wel verklappen dat Aike ook spreker was bij de sessie die in de grote zaal volgde. Ik wil nu geen oproerkraaier zijn, maar toch…

Een mooie sessie, waarin jullie spraken over of men genoeg weet als zorgprofessional over de LHBTI personen in de spreekkamer. Er werd gezocht naar dialoog in deze sessie en die kwam er ook. Over het ongemak wat je toch soms kan voelen bij onderwerpen die met sekse, geaardheid en gender te maken hebben. Een biseksuele huisarts bekende ondanks haar ruimdenkendheid nog steeds blinde vlekken te hebben. De sensitiviteit mocht nog wel worden verbeterd, zei een ander. En in die openheid luisterden jullie naar de sprekers en stelden jullie vragen via Menti. Deze nogal koude ruimte werd opgewarmd door jullie aandachtigheid.

Boven werd ondertussen gesproken over 'vrouwenkwaaltjes'. Ook hier aanhalingstekens, want het betuttelende gevoel achter dit woord mag zeker snel weggegooid worden. Waarom schamen vrouwen zich zo voor hun menstrueren? Voor hun hormonen? Voor de overgang? Als we daar zo kleinerend over doen, over de ongemakken, dan zien we grote dingen over het hoofd. Endometriose bijvoorbeeld. Een vriendin van mij is al jaren elke maand doodziek. Ze ging gewoon naar haar werk, en zat met een bleek gezicht gewoon op een verjaardagsfeestje. “Ach ja, maandstonden,” zei ze dan. Pas nu ze al een jaar niet zwanger raakt, heeft ze een echo gekregen: haar eileiders en eierstokken zijn door jarenlange endometriose aangetast. Ik trof haar na deze diagnose huilend aan…. niet van verdriet, maar van opluchting. “Eindelijk kan ik zeggen dat ik iets heb, eindelijk heeft die pijn een naam. Ik zeurde niet, ik stelde me niet aan: ik heb íets! Ik hou van deze diagnose, ik 'hou van endometriose'!” Laten we verdorie 'vrouwenkwaaltjes' zeer serieus nemen. En dat deden jullie boven met z’n allen. Als mijn vriendin jullie had gezien, was ze waarschijnlijk weer gaan huilen.

Na een korte pauze gingen jullie door met twee andere subsessies. Beneden kwamen we toch weer tot de conclusie dat de witte hetero man de norm is geworden, en dat dat maar over moest zijn. Er is geld vrijgemaakt voor onderzoeken op ’t gebied van hartklachten, angststoornissen, en nog meer onderwerpen, maar dan bij vrouwen. De volgende stap zal nog breder worden: want we zijn niet allemaal een witte hetero man. Zelfs de witte hetero man is niet alleen maar een witte hetero man. Volgt u het nog?

Boven werd ondertussen een fantastisch rollenspel gespeeld, over een moeder met een zoon in een vrouwenlichaam en hun gesprek met de huisarts. Hoe zit dat met bias-mechanismen, met je micro-agressie? Jullie mochten uiteindelijk de huisarts regisseren en jullie regiedebuut resulteerde in een mooi, deugend gesprek.

En nu zitten we weer hier, na een mooi afrondend panelgesprek en een mooi verhaal van Angelique Berg met een regenboogsjaal. We hebben een prachtstart gemaakt. Ik snap het als je af en toe door de bomen het bos niet meer ziet. Dat je een diversiteitstax hebt bereikt: intersekse, transgender, cisgender, homo, lesbo… Mannen hoeven niet stoer meer te zijn. Man en vrouw zijn wel gelijkwaardig, maar ook verschillend, dus verdienen ongelijke zorg. WC’s zijn van iedereen, en mensen zijn mensen, hokjes zijn niet nodig. Ik snap het helemaal, ben het overal mee eens, maar ben ook bang dat ik iets verkeerd doe of zeg, waardoor ik mensen alsnog beledig of niet in hun waarde laat. Zoals jullie allen denk ik. Maar we moeten erover praten, het moet gebeuren. We moeten laten zien aan de mensen die “vieze flikkers” zeggen, dat dat niet de manier is om met mensen om te gaan. We moeten laten zien dat hier in de gezondheidszorg de Europese man niet alleen de standaard is, maar dat de standaard de MENS is. We moeten laten zien dat we alle vormen en hoedanigheden met respect behandelen. En dat hebben jullie hier gedaan. Vandaag hebben jullie dat laten zien. Aan jullie zal het niet liggen. Maar geef het door aan anderen. Laat de 77-jarige dolle mina haar strijd voor gelijkwaardigheid en daarbinnen ongelijkwaardigheid voortzetten, laat Mario hand in hand met z’n nieuwe 18-jarige vriend door de straten lopen zonder uitgescholden te worden, laat mijn Ko opgroeien met de meest menselijke gezondheidszorg ooit. Iedere patiënt is anders. Ieder mens is anders. Dat weten jullie. En laten jullie het voorbeeld zijn voor iedereen.

Nina de la Croix

 

Voeg toe aan selectie