Komt een mens bij de dokter

Jannet Vaessen nodigt voor het laatste panelgesprek bestuurders uit op het podium om ze te vragen wat er bij hen op de planning staat om tot inclusieve zorg te komen.

Iets langer dan een jaar geleden beloofde het Nederlands Huisartsen Genootschap, de Federatie Medisch Specialisten en de Patiëntenfederatie Nederland samen met WOMEN Inc. een plan te maken om nieuwe kennis over genderverschillen beter te ontsluiten naar de praktijk. De eerste fase is voltooid. Er ligt een rapport over de huidige situatie. Hoe nu verder? Wat gaan we ervan terugzien in de praktijk? Jannet Vaessen geeft Rob Dijkstra het woord, de bestuursvoorzitter van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Volgens Dijkstra zijn er heel veel zaken “die we als huisartsen in theorie wel weten maar in de praktijk nog niet kunnen toepassen.” Dijkstra zegt dat het NHG zich aan de ene kant gaat richten op het aanpassen van de richtlijnen en aan de andere kant op nascholing. De richtlijn gaat nu nog te veel uit van één type patiënt. “Dat type bestaat niet. Al moet die richtlijn ook weer niet té divers zijn.” Dijkstra noemt de online training Jong en Transgender - eerder op het congres gelanceerd - een goed voorbeeld van scholing over genderdiversiteit.

Patiënten
Dianda Veldman is directeur-bestuurder van Patiëntenfederatie Nederland: “Wij gaan ons concentreren op kennis van de plank naar de praktijk. Het belangrijkste is daarbij dat we kennis uit de wetenschap over gender bij zoveel mogelijk zorgverleners brengen. Wat we gaan doen is het inbedden in bestaande kanalen, zoals bij Thuisarts, en bij het maken van kennisagenda’s. We moeten aan de slag.” Volgens Veldman is het belangrijk de stem van de patiënt te horen. “Dat gaat nog wel eens mis. De stem van de zorgverlener is nog altijd harder.”

Hersenkraker 
Hoe denkt Henk Smid, directeur ZonMw over LHBTI-verschillen in zorg? “Om ons daar helemaal op in te zetten wordt moeilijk. ZonMw heeft al jaren een diversiteitsbeleid. Ik vind echt dat we op dat vlak ten opzichte van organisaties in het buitenland een voorloper zijn. Maar we zijn er nog niet. Wij letten op jong en oud, op sociaal-economische verschillen en dat zullen we blijven doen en uitdiepen. De verschillen die spelen bij de LHBTI-gemeenschap, dát is nog een hersenkraker.” Vaessen: “Als wij nou eens een hele mooie onderzoeksagenda aan jou presenteren, neem je die dan in ontvangst? En kijk je dan wanneer je daar tijd voor hebt?” Smid zegt dat hij de agenda graag in ontvangst neemt. Er volgt applaus in de zaal.
 
Gender
Ineke Klinge is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Gender en Gezondheid. Zij zag het ledenaantal in korte tijd verdubbelen. De vereniging biedt een platform met informatie-uitwisseling en feedback over gender, speciaal bedoeld voor wetenschappers om in hun onderzoek mee te nemen. Klinge: “We organiseerden inmiddels al een congres over sekse, gender en geneesmiddelen. Daarop volgt binnenkort een congres over sekse, gender en pijn.” Klinge vertelt dat ook het Handboek psychopathologie bij vrouwen en mannen in mei uitkomt. Daar is Vaessen enthousiast over.


 
Vaessen: “Jacobine Geel, klinkt dat goed, zo’n handboek?” “Ja, dat is heel goed”, zegt de voorzitter van GGZ Nederland. Geel: “Er is binnen de geestelijke gezondheidszorg hard gewerkt aan het thema gender. Wat het doet in de richtlijnen. Het is alleen nog flink zoeken naar de verbinding tussen de bestuurlijke kant en het draagvlak. Een handboek maakt het tastbaar en ook onontkoombaar.”

Zo langzaam 
Zijn de partners van de Alliantie Gezondheidszorg op Maat ook blij over de doelstellingen van het veld? Astrid Oosenbrug (COC NL): “Waar ik blij van werd: iedereen die hier zit, wil hier iets mee. Deze mensen wil ik echt op het hart drukken: wees niet bang om fouten te maken. We moeten van elkaar leren. Zowel de mensen die hulp nodig hebben als de hulpverleners. Aan beiden zou ik willen zeggen: deins niet terug.” 

Ton Coenen van Rutgers is kritisch. Hij vindt dat het te langzaam gaat. “Ik heb in 1984 onderzoek gedaan naar wat homoseksuelen van hun huisarts vonden. De uitkomst is nog steeds actueel. Wat ik daarmee wil zeggen: het gaat zo verschrikkelijk lang-zaam. Man-vrouwverschillen zijn zo oud als de mensheid. Hoe kunnen we veranderingen nou versnellen?” Henk Smid vindt dat het juist niet te snel moet gaan. “Want dan zien we sommige kansen niet liggen.”

“Iedereen heeft recht op dezelfde kwaliteit van gezondheidszorg,” zegt Jannet Vaessen tot besluit. Op naar de geestige wrap up van Nina de la Croix.

Voeg toe aan selectie