LHBTI in de spreekkamer

Sekse, gender en seksuele oriëntatie beïnvloeden de lichamelijke en psychische gezondheid. Maar hoe? Weet u als zorgprofessional genoeg over de LHBTI personen in uw spreekkamer? Alstublieft, bij deze een spoedcursus.

Intersekse personen
Annelies Tukker is beleidsmedewerker internationaal bij stichting NNID, Nederlandse organisatie voor seksediversiteit. "Intersekse is niet hetzelfde als LHBT", zegt ze. "Maar wat we gemeenschappelijk hebben is dat we het traditionele beeld van man/vrouw ter discussie stellen. Daarom werken we samen en spreken we tegenwoordig van LHBTI." 

Artsen gebruiken het acronym DSD, wat staat voor Disorders of Sex Developments of Differences of Sex Developments. Maar dat gaat alleen over lichamen, over het medische aspect. Intersekse gaat over de maatschappij, over sociale wetenschap, mensenrechten en inclusie, stelt Tukker. 

In totaal zijn er ongeveer 85 duizend mensen met een vorm van intersekse in Nederland, zo’n 1 op de 200. Toch zijn maar 1.200 mensen lid van een patiëntenvereniging. En maar weinig mensen durven onder hun eigen naam in de media op te treden. 

"De meeste intersekse personen zitten in de kast", zegt Tukker. "Intersekse personen als een abnormale groep behandelen heeft gevolgen voor de mentale gezondheid. Bijna de helft heeft last van psychische problemen. En de meeste van die problemen kunnen niet verklaard worden door de DSD-diagnose."

Tukker besluit met adviezen aan de aanwezige zorgprofessionals. "Intersekse is geen ziekte", zegt ze. "Vermijd medicalisering, ga het gesprek aan. En stel mensen gerust. Feliciteer ouders die een intersekse kind krijgen, net als je andere ouders feliciteert. Hun kind wijkt misschien af van de norm, maar het is wel gewoon hun kind." 

Meer info? Kijk op de website van het NNID of op oiieurope.org

Transgender personen
Aike Pronk is basisarts, bestuurslid Zorg & Welzijn bij Transgender Netwerk Nederland (TNN) en houdt zich al jaren bezig met genderdiversiteit. Hij legt uit waar artsen bij transgender personen in niet-transitiegerelateerde zorg rekening mee moeten houden. 

"De meeste hulpverleners staan welwillend tegenover het helpen van transgenders, maar door kennisgebrek komen ze soms wat onbeholpen uit de hoek", zegt Pronk. "En zeven op de tien zorgverleners maakt genderidentiteit niet bespreekbaar." 

Ook andere cijfers zijn veelzeggend. Een op de drie transgender personen heeft een slechte psychische gezondheid, meer dan tweederde heeft ooit aan zelfmoord gedacht. Ook het middelengebruik bij deze groep is wat hoger. De groep kampt met een verinnerlijkte transgendernegativiteit en stigma’s van de maatschappij. 

Wat kunnen hulpverleners doen? "Zet de mensen centraal", zegt Pronk. "Sta stil bij hun autonomie. Verwijs niet meteen door naar het VUMC, maar ga in gesprek. Schroom niet om te vragen hoe iemand aangesproken wil worden. Spreek niet over ombouwen als je het over een transitie hebt." 

TNN hoopt dat genderdysforie als diagnose uit de DSM verdwijnt. "Er is weliswaar zorg nodig, maar het is geen ziekte. Net als zwangerschap." 

Meer info: https://www.transgenderinfo.nl/jgz/

Seksuele oriëntatie
John de Wit is hoogleraar Public Health aan de Universiteit Utrecht en begint met het onderwerp terminologie, iets waar veel zorgverleners mee worstelen. Zijn advies: sluit aan bij hoe mensen zichzelf noemen. Lachend zegt hij: "Ikzelf word liever flikker genoemd dan ‘LHB-persoon’." 

Ook heeft hij het liever over seksuele oriëntatie dan over seksuele voorkeur: dat laatste impliceert namelijk dat je oriëntatie een keuze zou zijn. 

De opvattingen over de oorzaak van iemands oriëntatie hangen samen met hoe mensen denken over die oriëntatie, zo blijkt uit onderzoek. Als mensen denken dat het een keuze is, is de attitude negatiever dan wanneer ze denken dat de oorzaak biologisch is. 

Die attitudes zie je op wereldniveau terug in het beleid van landen. "In Brunei lopen we nu zelfs de kans om gestenigd te worden", zegt De Wit.

In Nederland wordt de houding ten opzichte van LHB-personen steeds positiever, met als kanttekening dat het wel een beetje abstract moet blijven. "We moeten er niet te veel van meekrijgen." 

Veel LHB-personen ervaren minderheidsstress en ontwikkelen interne homofobie. Er zijn ook substantiële verschillen in gezondheid. Vooral biseksuele mensen vallen op in de cijfers, met meer huisartsbezoeken, vaker een ongezonde leefstijl en meer psychische problemen. 

Zijn advies aan zorgverleners: "Praat met de mensen waarmee je werkt over hun oriëntatie. Neem niet zomaar aan dat die persoon heteroseksueel is. Dat soort impliciete aannames werpen enorme drempels op." 

Voeg toe aan selectie