Q&A LHBTI in de spreekkamer

Deelnemers mochten tijdens de sessie over de invloed van sekse, gender en seksuele oriëntatie op gezondheid hun vragen sturen met een online tool: de Mentimeter. De experts geven antwoord op die vragen.

Seksediversiteit

Door: Annelies Tukker, beleidsmedewerker internationaal bij NNID (Nederlandse organisatie voor seksediversiteit).

1. Ik begrijp: intersekse impliceert vaak niet ambiguïteit van genitaliën. Hoe wordt dan wel vastgesteld dat het bij onderzoek om intersekse-persoon gaat?

"Intersekse is inderdaad niet hetzelfde als ‘ambiguïteit van genitaliën’. Seksediversiteit heeft veel verschillende vormen. Vaak is specialistisch onderzoek nodig om vast te stellen dat een persoon intersekse is. Het is echter belangrijker om niet te focussen op de ‘diagnose’, maar juist op welke hulp de persoon eventueel nodig heeft."

2. Neigen intersekse personen uiteindelijk, op den duur, naar identificatie met m of v geslacht?

"De meeste intersekse personen identificeren zich als man of vrouw, bijna alle intersekse personen worden in een sociaal geslacht opgevoed. Voor een deel van hen blijkt op latere leeftijd dat hun genderidentiteit daar niet mee overeen komt, volgens onderzoek van DSD-life is dit ongeveer 5 %. Sommigen wisselen volledig van gender, en een deel identificeert zich niet specifiek als man of vrouw."

3. Als veel intersekse personen in de kast zijn en gewoon mens zijn, hoe en op welke momenten moeten zorgprofessionals hier dan op bedacht zijn?

"1 op de 200 personen is intersekse. De meeste zorgprofessionals zullen dus intersekse personen in hun praktijk zien. Het is belangrijk dat de kennis over intersekse, met name de sociale gevolgen voor intersekse personen, up-to-date is bij zorgprofessionals. Informatie kan bijvoorbeeld gevonden worden op www.seksediversiteit.nl (site momenteel nog in ontwikkeling). Net als bij lhbt personen hebben intersekse personen meer last van mentale problemen dan niet-lhbti personen. Intersekse-specifieke zorg kan erg specialistisch zijn, daarom is het voor zorgprofessionals in de eerstelijns zorg vooral belangrijk om oog te hebben voor klachten die indirect te maken kunnen hebben met de sociale situatie van intersekse personen (net als bij lhbt personen). Wanneer er sprake is van klachten die direct te maken hebben met de seksediversiteit van de persoon, is het belangrijk om als zorgprofessional duidelijk uit te dragen dat intersekse heel normaal is, deze klachten serieus te nemen en indien nodig door te verwijzen naar een gepaste specialist, bijvoorbeeld een plastisch chirurg, of een onafhankelijke psycholoog of seksuoloog."

4. Hoe kunnen intersekse personen geintegreerd worden in vragenformulieren? 

"Het opnemen van intersekse personen in enquêtes vereist gedegen achtergrond in intersekse ervaringen om te zorgen dat de resultaten van de enquête betrouwbaar en valide zijn. Correct taalgebruik is belangrijk, spreek dus over intersekse of intersekse personen. Vragen naar specifieke vormen van seksediversiteit om vast te stellen of iemand wel echt intersekse is, het is niet gepast als hier in het vervolg van de enquête geen specifieke vragen over worden gesteld. Zo wordt bijvoorbeeld ook niet om bewijs gevraagd als iemand zegt man of vrouw te zijn. Wees erop bedacht dat de meeste intersekse personen zich als man of vrouw identificeren, sluit dus ook niet de mogelijkheid uit voor intersekse personen om dat in te vullen als naar geslacht/gender wordt gevraagd.

Sommige vragen, bijvoorbeeld over kinderwens, zijn voor sommige intersekse personen meer confronterend dan voor andere personen. Onvruchtbaarheid speelt bij een deel van de intersekse personen. Zorg dat de formulering van de vraag voldoende sensitief is en dat er ruimte is om vragen in ieder geval correct te beantwoorden zijn en bied de mogelijkheid om vragen over te slaan over sensitieve onderwerpen."

5. Buigt de overheid zich, in de wetgevende zin, ook over kinderen met deze problematiek? In bv. het verbieden van geslachtsoperaties voor een bepaalde leeftijd?

"In Nederland is er momenteel geen verbod op het uitvoeren van medisch niet-noodzakelijke behandelingen om het geslacht van intersekse kinderen te ‘normaliseren’ zonder hun vrije en volledig geïnformeerde consent. De Nederlandse overheid is erg terughoudend in het ontwikkelen van wetgeving die intersekse personen kan beschermen. Nederland is hier door het VN-Comité tegen Foltering op aangesproken, door middel van een aanbeveling die vraagt om een verbod op intersekse genitale verminking (IGM). In het Europees Parlement is ook een motie aangenomen om intersekse personen beter te beschermen, ook tegen IGM.

Een positieve ontwikkeling is dat op 12 maart 2019 de term ‘geslacht’ in de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) geëxpliciteerd als omvattende genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken. Dit laatste is gedaan om intersekse personen te beschermen tegen discriminatie."

6. Ervaren intersekse mensen juist meer of minder discriminatie in de mainstream queer/gay scene?

"De ‘mainstream queer/gay scene’ is lastig te definiëren. Er wordt vooral gesproken over de lhbti gemeenschap. Sinds begin 2018 wordt ook op landelijk niveau samengewerkt tussen lhbti organisaties, zoals COC Nederland, TNN, en NNID. Het vraagstuk van meer of minder discriminatie is niet onderzocht, dus daar kunnen geen uitspraken over gedaan worden. Het is vooral belangrijk om samenwerking te zoeken met alle groepen binnen de lhbti gemeenschap bij onderwerpen die voor iedereen belangrijk zijn, zoals minder discriminatie of de aanpak van geweld tegen lhbti personen. Er zijn zeker ook onderwerpen die per groep binnen de lhbti gemeenschap verschillen. Deze onderwerpen worden dan afzonderlijk van elkaar aangepakt. Verder is het belangrijk om een verschil te maken tussen lhbti als gemeenschap en lhbti als beleidsterrein."

Genderdiversiteit

Door: Aike Pronk, bestuurslid Zorg & Welzijn bij Transgender Netwerk Nederland (TNN) en basisarts. 

1. Aike, 5 jaar geleden gaf ik een zelfde soort presentatie, met dezelfde cijfers. Als er zo weinig verandert, Werkt het dan wel wat we doen?

"Er is pas de laatste tijd meer aandacht in de zorg voor dit onderwerp. Daarnaast is er ook een maatschappelijke verandering gaande. Dit beide heeft (helaas) tijd nodig"

2. Heb je tips/advies voor psychologen die veel met transgender personen werken?

"Ga uit van de ervaring van de persoon tegenover je en ondersteun waar nodig. Denk buiten de hokjes: uitingen van gender(expressie) hoeven niet hetzelfde te zijn als iemands identiteit/gevoel van gender."

3. Hoe ver in de transitie mogen huisartsen gaan?

"Medisch inhoudelijk is het geen ingewikkelde zorg en in de VS zijn er voorbeelden van huisartsen die deze zorg leveren waarbij de zorg kwalitatief precies even goed is gebleven. In Nederland is er geen verbod op het bieden van zorg rondom een transitie. Operaties kunnen huisartsen uiteraard niet uitvoeren, maar verkennende gesprekken en evt. hormonen voorschrijven is iets waarbij je de zorgplicht die je hebt kunt aanspreken."

4. In hoeverre heb je als zorgverlener de taak om mensen die transitie overwegen te behoeden voor spijt?

"Het idee dat je bij voorbaat bedenkt dat mensen spijt zullen krijgen van een transitie is een hardnekkig idee. Minder dan 1% van de transgender personen krijgt spijt, als er al sprake van is spelen vaak sociale factoren mee (zoals niet goed als vrouw door het leven kunnen gaan omdat er lichamelijk een aantal mannelijke kenmerken zijn waardoor mensen stigmatisatie ervaren). We kunnen als zorgverleners nou eenmaal niet de levens van zorgvragers invullen en bepalen. Uiteraard heb je een rol om met mensen mee te denken over voor en nadelen van bepaalde behandelingen en kun je kijken of er medisch gezien contra-indicaties zijn. Maar bij voorbaat uitgaan van spijt is een brevet van onvermogen en eigenlijk geef je daarmee alle mensen die een transitie nodig hebben om zichzelf te kunnen zijn al het idee dat dit iets is wat ze niet zelf kunnen zeggen."

5. Bedoel je dat weigering van huisartsen om zonder doorverwijzing hormonen voor te schrijven verwaarlozing is?  Is het niet juist zorgvuldigheid?

"Zie antwoord hierboven. Het gaat niet om voorschrijven van hormonen zonder doorverwijzen. In sommige gevallen als er veel medische dan wel psychische problemen spelen kan het verstandig zijn om samen met collega’s zorg te bieden, bijv. i.s.m. psycholoog, psychiater, endocrinoloog. Alleen er zijn ook veel transgender mensen waar weinig tot geen problemen zijn met een steunende omgeving die tijden lang moeten wachten op meerdere gesprekken met een psycholoog die slechts bevestigen wat die persoon zegt. Ook als huisarts kun je dit in een gesprek goed uitvragen en met vertrouwen op je eigen oordeel kun je ook als je zelf hormonen voorschrijft hier zorgvuldig in zijn.
Het zou wel wenselijk zijn om nascholing aan huisartsen te bieden over de kennis die nodig is bij het voorschrijven van hormonen en dat huisartsen ook weten wanneer ze moeten doorverwijzen als er problemen ontstaan."

6. Waar kan ik goede informatie vinden over genderdiversiteit om meer bewust te worden?

7. Waar is de e-learning Jong & Transgender te vinden?

 

Seksuele diversiteit

Door: Prof. dr. John de Wit, hoogleraar Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht met een specialisme in Volksgezondheid.

1. Waarom spreek je liever over orientatie i.p.v. voorkeur? 

"Omdat voorkeur (onbedoeld) kan suggereren dat het een keuze is of iets dat niet heel belangrijk is."

2. Hoe kan het onderwijs voor zorgprofessionals zich beter richten op deze thematiek?

" Ik zie verschillende manieren:

  • Opleiders kunnen er zorg voor dragen dat als ze het hebben over zorggebruikers en hun naasten dat ze het dan niet impliciet of expliciet alleen over heteroseksuelen en man/vrouw relaties (met kinderen(hebben), maar overbrengen dat ze zich bewustzijn van diversiteit in seksuele oriëntaties en gezinsvormen en daar op een positieve wijze over communiceren;
  • In communicatietrainingen aandacht besteden aan het gegeven dat zorggebruikers verschillen in seksuele oriëntatie en hoe ze hun leven vormgeven. Hoe te communiceren zonder dat eigen aannames de overhand krijgen dan wel gecorrigeerd kunnen worden. En hoe seksuele oriëntatie ter sprake te brengen als een normaal aspect van iemand (maar niet het enige of overheersende aspect).
  • Inhoudelijke aandacht aan de specifieke kwesties waar LHBTI+ personen mee te maken kunnen krijgen"

 

3. Hoe kunnen zorgverleners LHBTI personen laten merken dat ze veilig zijn/uit de kast kunnen komen?

  • "In het algemene is het belangrijk een veilige situatie te creëren, waarbij het hebben van voldoende tijd helpt
  • Verder is het belangrijk dat een hulpverlener het geslacht open houdt als het gaat om eventuele partners (bijv. vriend of vriendin, man of vrouw)
  • Het is aan de ander of die gebruik maakt van de mogelijkheid om iets te zeggen over seksuele voorkeur, het gaat om het creëren van de mogelijkheid – sta open voor de mogelijkheid dat iemand er geen gebruik van maakt, of dat pas later doet – het kan een proces zijn van elkaar leren kennen en vertrouwen, mogelijk vooral ook voor mensen met een biseksuele oriëntatie die vaak op onbegrip stuiten"
Voeg toe aan selectie