Wat is uw blinde vlek?

Voor sommige artsen is de problematiek waar LHBTI-personen mee kampen een blinde vlek. Wanneer zeg je het nou goed?

“Dat hele LHBTI-gedoe heeft een beetje de kenmerken van een welvaartsziekte. Gewoon, omdat het kan”, zegt acteur Arthur van PodiumT. Acteur Eva: “Hoe kun je dat nou zeggen?” 
Acteur Freke: “We moeten gewoon met zijn allen een beetje lief en normaal doen.” Eva: “O ja, en panseksuelen zijn niet normaal?” Arthur: “Wat is dat nou weer? Pánseksueel?” Eva: “En dat is nou precies waarom we hier onze blinde vlekken en onkunde gaan bespreken. Je hebt wel een mening maar geen kennis. Als je panseksueel bent, val je op een persoon. Niet op een vrouw of een man.” 

Blinde vlekken 
De acteurs van actietheater PodiumT leggen vanmiddag in pijnlijke scènes bloot waar LHBTI-patiënten mee te maken kunnen krijgen. Met de blinde vlekken van zorgprofessionals en micro-agressies. Die kunnen grote gevolgen hebben voor een patiënt. Er kan een misdiagnose gesteld worden bij patiënten en ze kunnen met een onveilige omgeving te maken krijgen. In de volgende scène zit Pim – geboren als meisje – met zijn moeder bij de huisarts. Hij wil graag een verwijzing omdat hij in transitie wil gaan. 
Huisarts: “Kan het niet zijn dat jij gewoon een mannelijke vrouw bent? En nu wil je jongen zijn?” 
Pim: “Nee? Ik bén een jongen. Ik heb dat al zo vaak proberen te zeggen. Sterker, als we in de pubertijd dit probleem hadden aangepakt waren mijn borsten niet gegroeid en was ik niet ongesteld geworden.”
Huisarts: “Maar wat wil je nou dat ik doe? Wil je een verwijzing?”  

Bias-mechanismen 
Freke van PodiumT legt uit dat de scène is ontstaan uit allerlei gesprekken over bias-mechanismen. 
Die mechanismen kun je uitleggen als blinde vlekken. Berna Toprak van WOMEN Inc. licht toe: “Sommige dingen beschouwen we meer als normaal en we hebben bepaalde assumpties. Bij bias-mechanismen reproduceer je eigen aannames en projecteer die op de ander.” 

PodiumT vraagt de zaal om voorbeelden van bias te geven, uit de scène die er net is gespeeld. 
Een man in de zaal: “Is het een bias als je je niet kunt voorstellen dat iemand een ander geslacht wil?” Er wordt geknikt.  
PodiumT gaat de scène opnieuw spelen. PodiumT: “Op het moment dat je denkt, dit is een bias, dan roep je heel hard ‘stop’! Dus jullie regisseren de huisarts.” De scène begint opnieuw. 

Huisarts: “Pim, hoe gaat het met je?” 
Pim: “Toen ik zestien was, zat ik hier ook. Ik ben meisje in een jongenslichaam. Ik wil graag beginnen met de transitie en een verwijsbrief daarvoor.” 
Huisarts: “Jij had een lastige puberteit… dus…” “STOP!”, roept iemand in de zaal. De huisarts moet opnieuw beginnen. Degene in de zaal vindt dat de huisarts vanuit zijn eigen behoefte redeneert. Bovendien is ‘dus jij had een moeilijke puberteit’ een micro-agressie, vindt hij. Ook heeft de zaal moeite met de rol van de moeder. De moeder in de scène denkt dat de problemen uit de pubertijd te maken hebben met haar eigen scheiding en ze zegt tussen de regels door dat ze er geen moeite mee heeft als haar dochter lesbisch is, maar wel als ze in transitie wil gaan. 

PodiumT: “De huisarts in onze scènes worstelt met het goede zeggen. Want wat is goed? Herkennen jullie dat?” Een vrouwelijke huisarts in de zaal durft te vertellen: “Het gebeurde net nog, toen jij zei dat je ‘een verkeerd lichaam’ eigenlijk niet mag gebruiken. Dan denk ik: oh jee, daar moet ik ook al op letten.” 

Iemand anders uit de zaal: “Ik denk dat je niet op alle vragen antwoord hoeft te hebben als huisarts. Maar dat je openstaat voor de patiënt en die goed volgt. Dan kom je er samen misschien uit.” 
Er komen meer opmerkingen. De één mist sensitiviteit bij de huisarts, de ander vindt dat de huisarts helemaal niet zo door moet vragen maar gewoon moet doorverwijzen. Een vrouwelijke huisarts: “Het helpt misschien als je de patiënt complimenteert met het feit dat je als zorgprofessional in vertrouwen bent genomen.” 

Emma 
Emma is ervaringsdeskundige als transgender en schuift aan. Ze vertelt over haar ervaringen. “Wat mij hielp in mijn transitieproces is dat ik zelf informatie had gevonden op internet. Uiteindelijk heb ik het zelf gedaan. We zien in deze scène met Pim ook; hij komt pas na vijf jaar weer bij de huisarts. Dan ben je dus al vijf jaar zelf aan het zoeken. Daarom zijn mensen al vaak veel verder in het traject dan je als professional bent.” Huisarts in de zaal: “Maar als je dan al zo ver bent, wat wil je dan nog van de huisarts? Wat zou je dan nog willen horen?” 
Emma: “‘Waarmee kan ik je de komende tijd nog helpen?’ Dat had ik graag willen horen van de huisarts.”  

Voeg toe aan selectie